DIVING

DEEP

Diving deep: Schrijfstijl

In deze diving deep behandelen wij één van de  belangrijkste onderdelen binnen het vertalen; de schrijfstijl.

Elke tekst is anders geschreven en dient dus anders vertaalt te worden. Hoe wij dit doen leggen wij uit.

Style is the essential characteristic of every piece of writing, the outcome of the writer's personality and his emotions at the moment, and no single paragraph can be put together without revealing to some degree the personality of its author.

  • Song Xiaoshu, Cheng Dongming

''

''

De schrijfstijl bepaalt de manier waarop de auteur wilt dat zijn tekst overkomt bij de lezer. Deze verschilt per tekst, ook al is het van dezelfde auteur.

Je schrijft bijvoorbeeld een formele, nette tekst voor de Raad van Bestuur. En je schrijft een losse, informele tekst naar een vriend Het gaat dus om het gevoel, de sfeer, de energie, de emotie van de tekst.

De schrijfstijl ontleden: Niet zo lastig als het lijkt

De schrijfstijl bepaalt hoe een tekst overkomt bij de lezer, jij bent ook een lezer, dus wat ervaar jij tijdens het lezen van de tekst?

Jij krijgt bij elke opdracht dit format. Kom je er nog niet helemaal uit? Check dan de kernwoorden van de tekst, welke woorden hebben het meeste indruk op je?

Uit deze woorden kan je vaak al achterhalen wat voor gevoel de schrijver over wilt brengen. Stel jezelf de vraag: Is er een reden waarom de schrijver voor dit synoniem heeft gekozen?

We lopen hieronder de onderdelen van het format langs:

 

Beantwoord ten eerste de volgende vragen:

1

In welk expertise field past deze tekst?

2

Wat is de 'discourse' en waaraan is dit zichtbaar?

3

Voor wie wordt de tekst geschreven? En hoe wordt de doelgroep aangesproken?

4

Wat is het onderwerp van de tekst?

5

Wat is het doel van de auteur met de tekst (informeren, overtuigen, activeren etc.)

Expertise field:

De eerste vraag gaat over het expertise field. Wij werken met zes expertise fields:

​1. Financial

2. Legal

3. Literature

4. Marketing

5. Technical

6. General (of 'overig')

Welk expertise field wordt gebruikt, wordt bepaald door de projectmanager.

Per expertise field is er een schrijfstijl format die gericht is op het expertise field. Deze krijg je standaard meegestuurd in de projectmail. Maar de formats zijn ook HIER te downloaden.

Discourse:

De discourse is de vorm waarin een tekst is geschreven. In het kort is dit dus de schrijfstijl. Hierin onderscheiden wij vier discourses:

1. Expressive: De auteur uit zijn gevoelens/gedachten. Meestal creatief en non-fictie

2. Transactional: De auteur zet aan tot actie of probeert een gevoel over te brengen

3. Description:

4. Poetic: De auteur maakt gebruik van emotie en verbeelding. Meestal literair

5. Exposition: De auteur verspreidt zijn informatie neutraal

Wat vul je in op het format?

- Je geeft aan welke discourse je passend vindt

- Je onderbouwd je keuze

Doelgroep en aanspreekvorm

Bij de doelgroep en aanspreekvorm kijk je naar de context van de tekst. Dus: wie gaat deze tekst lezen? Komt deze op de website of wordt deze verspreid onder een specifieke groep? Beschrijf dit zo nauwkeurig mogelijk.

Als tweede kijk je naar de aanspreekvorm. Dit is in sommige talen helder, maar kan ook lastig te achterhalen zijn. Kijk altijd naar de omgang met de doelgroep. Is dit professioneel of informeel? Noem de keuze die je maakt en onderbouw deze.

Onderwerp en doel van de tekst

Bij het onderwerp geef je kort aan waar de tekst over gaat. Wat is de kern?

Bij het doel geef je aan wat de auteur wil bereiken. Is dit informeren, activeren, overtuigen?

 

Je kan ook kijken naar wat de onderliggende boodschap is. Bij algemene voorwaarden is dit vaak indekken. Dit maakt dat de tekst vooral compleet moet worden vertaald in plaats van makkelijk leesbaar. Het doel kan dus een groot verschil maken.

Ook analyseer jij de tekst door te kijken waar de tekst zich bevindt tussen 2 dualiteiten.

Bijvoorbeeld: Is de tekst formeel of informeel?

Formeel

Informeel

Bij elke tekst kijk je waar de tekst zich bevindt tussen 2 dualiteiten, je plaatst een bolletje er tussenin voor een duidelijk beeld. Vervolgens ligt je kort toe waarom je het bolletje op een bepaalde plek hebt geplaatst.

Wij werken met de volgende dualiteiten:

1. Formeel vs. Informeel

2. Subjectief vs. Objectief

3. Emotioneel vs. Emotieloos

4. Beknopt vs, Uitgebreid

Voorbeeld:

Genoeg slapen is noodzakelijk voor de gezondheid. Toch is het aantal uren slaap van jongeren de afgelopen 20 jaar afgenomen.

Uit onderzoek van Columbia University blijkt dat vooral vrouwelijke studenten en jongeren uit de lagere sociale klassen regelmatig minder dan zeven uur slapen.

De grootste afname van het percentage jongeren dat minstens 7 uur per nacht slaapt, was te zien bij 15-jarigen. Vooral tussen 1991 en 2000 zijn er meer jongeren te weinig gaan slapen. 72 procent van de 15-jarigen sliep in 1991 langer dan 7 uur per nacht. In 2012 was dit nog maar 63 procent.

Hoewel de reden niet bekend is, denken de onderzoekers dat er een verband is met het internet- en social mediagebruik van jongeren. De afname lijkt nu enigszins stabiel.

Negatief effect

Te weinig slaap beïnvloed de gezondheid van jongeren. Het veroorzaakt verschillende gezondheidsproblemen, zowel mentaal als medisch. Daarnaast kan een te kort aan slaap een negatief effect hebben op schoolprestaties, gewicht en de gevoeligheid voor verslavingen.

Voor dit onderzoek zijn 270.000 jongeren tussen de 13 en 18 jaar gevraagd om te rapporteren over hun slaapduur. Het onderzoek is gepubliceerd in het blad Pediatrics.

Formeel

Informeel

De tekst is redelijk laagdrempelig geschreven en daardoor goed begrijpbaar.

Maar de ondertoon is wel vrij formeel.

Beknopt

Uitgebreid

De tekst bevat veel informatie in weinig tekst.

Emotie

Geen emotie

Er zijn geen emoties in deze tekst. Je merkt wel dat de ondertoon is dat er een probleem is, maar de tekst is echt gericht op het delen van cijfers en niet om een emotie over te brengen.

Subjectief

Objectief

De tekst bevat de resultaten van een onderzoek en is daarmee erg objectief.

Er zijn geen meningen aanwezig in de tekst.

Tone of voice-woorden:

"The author’s tone of voice seems..."

Onder de dualiteiten staat een lijst met beschrijvende woorden. Deze woorden zijn bedoeld om de tone of voice te vangen.

Markeer hier de woorden die de tekst volgens jou goed beschrijven.

Deze woordenlijsten verschillen vaak per jargon. Let dus goed op ogf je het goede format gebruikt!

Uitzonderingen

Een tekst bestaat vaak uit verschillende elementen en sommige van deze elementen hebben een andere schrijfstijl

Bijvoorbeeld:

- Een quote

- De theoretische achtergrond in een opiniestuk

In het format is een plek ingebouwd om de uitzonderingen op te schrijven. Zo weet de reviser waarom dit gedeelte een andere stijl heeft!

Other Notes

Onder de kop 'other notes' krijg je de ruimte om dingen op te schrijven die je wil delen met de rest van het team.

Veelgenoemde notes zijn:

- Relevante bronnen

- Context waarin een vertaling wordt gepubliceerd

- Tips over de manier van vertalen

That's it!

Je weet nu hoe je een schrijfstijlanalyse moet maken en hoe deze is opgebouwd.

Heel veel succes met jouw projecten!